Degenerative Disc Disease

Algemeen

Patienten die te maken krijgen met de diagnose specifieke rugklachten zijn vaak onzeker over de pijn die ze ervaren bij de desbetreffende klacht. In tegenstelling tot aspecifieke rugklachten is bij specifieke rugklachten juist wel een duidelijk oorzaak aan te wijzen voor de (pijn)klachten van de patiënt. In dit geval gaat het om de zogenaamde Degenerative Discus Disease (DDD). Een grote verklarende factor van DDD is leeftijd, des te ouder mensen zijn des te groter de kans op degeneratieve verschijnselen. Wat de naam van de aandoening doet suggereren is dat het om een ziekte gaat, dit is echter niet het geval. Er wordt veel gediscussieerd of DDD daadwerkelijk een oorzakelijk verband heeft met rugpijn. Onderzoek heeft aangetoond dat het zeker om een op zichzelf staande afwijking gaat (2).

Degenerative Discus Disease

De oorzaak van de rugklachten bij DDD is degeneratie van de tussenschijven tussen de ruggenwervels. Naarmate het lichaam (en dus de rug) ouder wordt, kunnen de tussenwervelschijven hun functie verliezen. De belangrijkste functies zijn beweeglijkheid van de rug en schokdemping tussen de wervels. Op MRI-scans zijn degeneratieve verschijnselen duidelijk zichtbaar, dit hoeft niet per definitie uit te monden in (pijn)klachten. Er zijn voldoende oudere mensen waarbij de tussenwervels niet optimaal meer zijn, maar geen klachten ervaren.

Belemmerende factoren

Over het algemeen is DDD lastig conservatief behandelbaar. Oefentherapie wordt zeker wel aangeraden bij dit soort patiënten. Daarentegen wordt om de pijn draaglijker te maken ook medicatie aangeraden (NSAID’s). Patiënten met DDD kampen ook vaak met onzekerheid of de klachten überhaupt weer zullen verdwijnen. Hierdoor worden patiënten vaak passief, omdat ze bang zijn structuren/weefsels te kwetsen in de rug. Dit is een fabel, vertel dit vooral aan de patiënt en moedig aan om te blijven bewegen (binnen de pijngrens) (1).

Behandeling

Naast de uitleg over psychosociale belemmerende factoren en over de klacht, wordt bij patiënten met een DDD ook oefentherapie geadviseerd. Wanneer er na 3 maanden nog steeds geen resultaat is geboekt kan worden overgegaan op een operatieve behandeling.

Hoe behandel je de patiënt?

Stel een oefenschema samen met de patiënt.

Maak de patient wegwijs met het fear-avoidance model.

Raad de patient ook aan om zogenaamde NSAID’s te nemen bij ondraaglijke pijn.

Na drie maanden geen vooruitgang? Operatief behandelen.


Literatuur

  1. Brodano G. B., Martikos K., Lolli F., Gasbarrini A., Cioni A., Bandiera S., Silvestre di M., Boriani S. & Greggi T. (2015). Transforaminal Lumbar Interbody Fusion in Degenerative Disk Disease and Spondylolisthesis Grade I. Journal of Spinal Disorders and Techniques, 28 (10), 559-564.
  2. Williams F. M., Bansal A. T., van Meurs J. B., Bell J. T., Meulenbelt I., Suri P., Rivadeneira F.,  Sambrook P. N., Hofman A., Bierma-Zeinstra S., Menni C., Kloppenburg M., Slagboom P. E., Hunter D. J., MacGregor A. J., Uitterlinden A. G. & Spector T. D. (2013). Novel genetic variants associated with lumbar disc degeneration in northern Europeans: a meta-analysis of 4600 subjects. Department Twin Research and Genetic Epidemiology, 27 (7), 1141-8.