Lage rug

Op deze pagina vindt u alle templates die u, als fysiotherapeut, kunt gebruiken voor uw patiënten met lage rug pijn. Tevens vindt u hier ondersteunende informatie over lage rugklachten. 

Algemeen

Rugpijn is een veel voorkomende klacht. De prevalentie van lage rugpijn ligt rond de 84%, waarvan 23% kampt met chronische pijn. 11-12% van deze populatie wordt bovendien minder valide als gevolg van de klachten. Mechanische factoren, zoals tillen en dragen spelen waarschijnlijk geen grote rol in de pathogene oorzaak. De genetische samenstelling van iemand is belangrijker (1). 

Niet specifieke rugpijn wordt gedefinieerd als lage rugpijn die niet toegewezen kan worden aan een bekende specifieke pathologie (infectie, tumor, osteoporose etc). De meeste mensen zullen ooit in hun leven te maken krijgen met lage rugpijn (1).

Lage rugpijn komt in alle leeftijdsgroepen voor. Verschillende onderzoeken laten zien dat de prevalentie van lage rugpijn bij tieners gelijkwaardig is aan de prevalentie bij volwassenen (2). Bij tieners lijkt de rugpijn echter weinig effect te hebben op de kwaliteit van het leven, in tegenstelling tot volwassenen (3). Het effect van lage rugpijn op het welzijn of gezondheid gerelateerde kwaliteit van leven en functioneren is substantieel groter in de oudere groep (4). 

In 10-15% van de patiënten, ontwikkelt acute lage rugpijn zich tot chronische lage rugpijn. Kenmerken van de chronische fase zijn dat de rugpijn, activiteiten – en participatieniveau vaak niet verbeterd met de tijd. Tevens is er sprake van chronische pijn als de klachten langer dan drie maanden achter elkaar aanhouden (1).

Pathogenese

Nociceptieve factoren spelen een grote rol bij acute pijn. Bij chronische pijn spelen psychosociale factoren een grote rol. Educatie van de patiënt over deze factoren moet een belangrijk onderdeel zijn in het behandeltraject bij chronisch pijn (1).  

Onderzoek van grote populaties heeft een grote associatie aangetoond tussen lage rugpijn en degeneratie van de lumbale discussen. Dit kan gezien worden op MRI-scans. Het kan echter niet als oorzaak van lage rugpijn bestempeld worden, aangezien zulke afwijkingen op MRI-scans ook zichtbaar zijn in mensen die geen lage rugklachten ervaren (5). 

Classificatie Rugpijn

In de literatuur wordt een onderscheid gemaakt tussen acuut, sub-acuut en chronische lage rugpijn. Dit onderscheid wordt gemaakt op basis van de duur van de de rugpijn. De duur van de acute, sub-acute en chronische categorie is respectievelijk: minder dan 6 weken, 6-12 weken en meer dan 12 weken (6). 
 

Doel Fysiotherapeut

Het doel van de fysiotherapeut is om onderscheid te maken tussen de mensen met specifieke onderliggende aandoeningen en mensen met niet specifieke lage rugpijn en hierop een passende behandeling los te laten. 
 

Behandeling

Bevindingen uit systematische reviews tonen aan dat alleen oefentherapie interventies effectief lijken te zijn bij lage rugpijn (7)(8). 
Voor acute lage rugpijn, wordt door de richtlijn van het KNGF aanbevolen de patiënt gerust te stellen, aan te sporen om actief te blijven, spinale manipulatie therapie toe te passen en eventueel niet-steroïde anti-inflammatoire drugs te nemen (9)(10).
Bij chronische lage rugpijn ligt de nadruk op voornamelijk “hands-off” therapie. Uit bronnen blijkt dat educatie over de klacht en aansporing om actief te blijven effectief is. Daarnaast wordt het toepassen van zelfmanagement strategieën sterk aanbevolen. Deze strategieën kunnen worden ingevuld met gezondheidsbevorderende activiteiten, zelf-monitoring en besluitvorming. Dit levert bij de patiënt verhoogde autonomie op en een interne locus of control (9)(11). 
Operatieve oplossingen in chronische niet-specifieke lage rugpijn worden niet gestimuleerd en worden zelfs bekritiseerd (12). 
 

Doelen Behandeling

In de literatuur worden zes belangrijke domeinen gespecificeerd als uitkomstmaten voor patiënten met lage rugpijn, die belangrijk worden gevonden door patiënten: pijn symptomen, functies, welzijn, werkinvaliditeit, sociale invaliditeit en tevredenheid van de hulp/zorg (13). Binnen deze domeinen wordt verbetering geacht bij een effectieve behandeling. 

 

Gele vlaggen

Meer dan 10 jaar geleden zijn de gele vlaggen geïntroduceerd om patienten die risico lopen op het ontwikkelen van chronische symptomen te identificeren. Gele vlaggen omvatten ongepaste attitudes en overtuigingen van de pijn (“rugpijn wijst op schade”, “passieve behandeling is de oplossing”), ongepast pijngedrag (angst vermijdend gedrag, verminderde activiteit levels) en werk-gerelateerde en emotionele moeilijkheden. 

 

 

Referenties

  1. Balagué F, Mannion AF, Pellisé F, Cedraschi C. Non-specific low back pain. Lancet. 2012;379(9814):482–91.
  2. Jeffries LJ, Milanese SF, Grimmer-Somers KA. Epidemiology of adolescent spinal pain: A systematic overview of the research literature. Spine (Phila Pa 1976). 2007;32(23):2630–7.
  3. Galozzi P, Maghini I, Bakdounes L, Ferlito E, Lazzari V, Ermani M, et al. Prevalence of low back pain and its effect on health-related quality of life in 409 scholar adolescents from the veneto region. Reumatismo. 2019;71(3):132–40.
  4. Puts MTE, Deeg DJH, Hoeymans N, Nusselder WJ, Schellevis FG. Changes in the prevalence of chronic disease and the association with disability in the older Dutch population between 1987 and 2001. Age Ageing. 2008;37(2):187–93.
  5. Endean A, Palmer KT, Coggon D. Potential of magnetic resonance imaging findings to refine case definition for mechanical low back pain in epidemiological studies: A systematic review. Spine (Phila Pa 1976). 2011;36(2):160–9.
  6. Van Tulder M, Becker A, Bekkering T, Breen A, Del Real MTG, Hutchinson A, et al. Chapter 3: European guidelines for the management of acute nonspecific low back pain in primary care. Eur Spine J. 2006;15(SUPPL. 2):169–91.
  7. Bigos SJ, Holland J, Holland C, Webster JS, Battie M, Malmgren JA. High-quality controlled trials on preventing episodes of back problems: systematic literature review in working-age adults. Spine J [Internet]. 2009;9(2):147–68. Available from: http://dx.doi.org/10.1016/j.spinee.2008.11.001
  8. Choi BKL, Verbeek JH, Tam WWS, Jiang JY. Exercises for prevention of recurrences of low-back pain. Occup Environ Med. 2010;67(11):795–6.
  9. Dagenais S, Tricco AC, Haldeman S. Synthesis of recommendations for the assessment and management of low back pain from recent clinical practice guidelines. Spine J [Internet]. 2010;10(6):514–29. Available from: http://dx.doi.org/10.1016/j.spinee.2010.03.032
  10. Wahlig J, McLaughlin MR, Subach BR, Haid J, Rodts J. Management of low back pain. Neurologist. 2000;6(6):326–37.
  11. May S. Self-management of chronic low back pain and osteoarthritis. Nat Rev Rheumatol. 2010;6:199–209.
  12. Deyo RA, Nachemson A, Mirza SK. Spinal-Fusion Surgery—The Case for Restraint. Spine J. 2004;4(5):S138–42.
  13. Deyo R, Battie M, Beurskens A, Bombardier C, Croft P, Koes B, et al. Outcome measures for low back pain research. A proposal for standardized use. Spine J. 1998;23.