Profiel 1

Algemeen

Patiënten die te maken krijgen met de diagnose aspecifieke rugklachten of lage rugpijn weten vaak niet waar ze mee te maken hebben. Dit zijn diagnoses die voor de patiënt als vaag/onbegrijpelijk worden ervaren. De reden hiervoor is dat er binnen de wetenschap nog weinig bekend is over waar deze pijn exact vandaan komt (1). Er wordt van aspecifieke lage rugpijn gesproken als er geen aanwijsbare specifieke oorzaak is die de klachten veroorzaakt. 90% van alle lage rugpijn patiënten ervaart deze rugpijn. De pijn die de patiënten ervaren kan worden verergerd door bepaalde houdingen, bewegingen en het tillen of verplaatsen van objecten. Deze pijn kan zowel continu of in episoden optreden en kan de patiënt in het dagelijks leven behoorlijk belemmeren (2).

Profiel 1

Patiënten met profiel 1 hebben te maken met aspecifieke rugpijn met een normaal beloop met de afwezigheid van psychosociale herstel belemmerende factoren (2). Ondanks een normaal en geleidelijke afname van de klachten kan de pijn een behoorlijke invloed hebben op dagelijkse leven van de patiënt.

Herstel belemmerende factoren

Patiënten die in de categorie profiel 1 worden geplaatst, vertonen vaak geen belemmerende factoren met betrekking op het herstel. De mogelijkheid bestaat wel dat de patiënt bang wordt om te bewegen, omdat beweging pijn tot gevolg heeft. De aanwezigheid van pijn betekent overigens niet dat er sprake is van weefselschade (2). Een goede methode om de patiënt uit te leggen hoe het herstel verloopt bij aspecifieke rugklachten  is met behulp van het fear-avoidance model (1).

Behandeling

De afwezigheid van psychosociale factoren (zoals wel aanwezig bij profiel 2 en 3) zorgt ervoor dat er voornamelijk advies wordt gegeven. Het doel is om de patiënt in beweging te krijgen én om zijn/haar algemene dagelijkse levensverrichtingen te continueren (2). Er wordt geen gebruik gemaakt van een oefenschema.

Hoe adviseer je de patiënt?

Stel de patiënt gerust door te vertellen dat de rugpijn vanzelf over gaat

Adviseer a.d.h.v. fear-avoidance model dat passiviteit juist zorgt voor verergering van klachten én dat activiteit zorgt voor een vermindering van klachten

Toename van activiteit zorgt niet voor weefselschade

Maak maximaal gebruik van 3 behandelingen

(bron: KNGF-richtlijn Lage rugpijn)

 

Literatuur

1. Leeuw, M., Goossens, M. L. E. J. B., Linton, S. J.; Crombez, G., Boersma, K. & Vlaeyen, J. W. S.(2006). The Fear-Avoidance Model of Musculoskeletal Pain: Current State of Scientific Evidence. Journal of Behavioral Medicine. 30 (1): 77–94.

2. Staal, J. B., Hendriks, E. J. M., Heijmans, M., Kiers, H., Lutgers-Boomsma, A. M., Rutten, G., Custers, J. W. H. (2017). KNGF-richtlijn: Lage rugpijn (update klinimetrie 2017). Fysiopraxis, 13. Retrieved from https://www.kngf.nl/binaries/content/assets/kennisplatform/onbeveiligd/richtlijnen/lage-rugpijn/downloads/lage-rugpijn-praktijkrichtlijn